In het zonnetje

Als collega’s staan we elkaar bij, bieden we een helpende hand en doen we een beroep op elkaar als het nodig is. Natasja en Anneke zijn vriendinnen en al jarenlang collega’s. Zij aan zij stonden ze eerder dit jaar in het speciaal ingerichte covidcentrum in verpleeghuis Vivaldi. Nu spreken ze hun waardering naar elkaar uit. Een woord van dank tussen collega’s en tegelijk een klein eerbetoon aan jou en jouw inspanningen tijdens de pandemie. Want we zijn allemaal een schakel in de ketting.

image

Anneke Tettero

Woonzorgbegeleider 4 bij Domus, WelThuis

‘We konden elkaar huilend in de armen vallen’

Verteld door collega Natasja Sanches

‘Eigenlijk kun je niet uitleggen hoe het is om op de covidafdeling te werken aan mensen die het niet zelf hebben meegemaakt. Het is inmiddels maanden geleden, maar als ik eraan denk, word ik nog steeds emotioneel. Zo heftig was het soms. Je kon ’s ochtends binnenkomen en horen dat er iemand overleden was, bij wie er de vorige dag niets aan de hand was. Gelukkig deed ik het niet alleen, maar met het hele team. Ik ben blij dat Anneke dit samen met mij heeft beleefd. Toen ik er al een tijdje werkte, heb ik Anneke overgehaald om naar de afdeling te komen. Het is een heel andere wereld, maar je leert wel ontzettend veel. ‘Ga het eens proberen’, zei ik, ‘en kijk wat je ervan vindt.’ De eerste maand heb ik haar ingewerkt, daarna wisselden we elkaars diensten af. Dat gaf veel rust en zekerheid. Als zij de dienst voor me deed, wist ik dat het goedkwam. Alles was perfect geregeld, alles stond klaar. Ze was ontzettend lief voor de cliënten, ze is een heel zachtaardig persoon. Sommige mensen vertrokken met tranen in hun ogen, omdat ze eigenlijk niet wilden gaan. Anneke doet alles om het hen naar de zin te maken.

Ik laat niet aan iedereen mijn kwetsbaarheid zien, maar bij Anneke wel. Bij haar voel ik me op mijn gemak, kan ik mezelf zijn. Ze is heel meegaand, soms ietsje té - ik wil dingen op mijn eigen manier doen. Dan discussiëren we en zie ik haar denken: ‘Klets maar, ik luister toch niet.’ Haar geduld is eindeloos, daar kan ik weleens jaloers op zijn. Tijdens de covidperiode konden we samen lachen, maar ook elkaar huilend in de armen vallen. Ik heb inmiddels geleerd om te accepteren dat mensen overlijden, want op een bepaalde leeftijd hoort dat erbij. Maar deze ziekte treft ook mensen die jong zijn, die midden in het leven staan. De situatie is dan heel anders.

Toen de laatste cliënt na zes maanden vertrok, heb ik met moeite de deur achter me dichtgeslagen. Soms mis ik het, gek genoeg. Ik denk er vaak aan terug. Aan de mevrouw die haar man nog snel in het ziekenhuis kon bezoeken, voordat hij overleed. En aan de cliënt die de ene dag nog van een pannenkoekenlunch genoot, en er de volgende dag ineens niet meer was. Ondanks al onze inspanningen. Die avond ben ik meteen naar Anneke gereden. Om mijn hart te luchten, om haar mening te horen. En om haar te horen zeggen: ‘Je hebt alles gedaan wat je kon.’

‘Natasja was er voor me, toen alles anders was dan normaal’

Verteld door collega Anneke Tettero

‘Natasja heeft me ingewerkt, toen ik bij het covidcentrum begon. Al een tijdje spoorde ze me aan bij het team te komen, ze vond het echt iets voor mij. Maar ik twijfelde. Als je ouder wordt, ben je toch wat meer onzeker. Kan ik de verantwoordelijkheid wel aan? Natasja gaf me het duwtje in de rug dat ik zo hard nodig had. ‘Ga nu maar,’ zei ze. ‘Dat is hartstikke goed voor je.’ Toen Natasja me vijftien jaar geleden vroeg om bij haar in het wooncentrum te komen werken, dacht ik: ‘Dat is iemand met verstand van zaken’. Ze is eerlijk en direct. Onze overdrachten duurden gemakkelijk een half uur. Nog even koffiedrinken, bijkletsen. Nu zijn we goede vriendinnen en gaan we samen op vakantie naar Dubai of Spanje. Ruzies hebben we eigenlijk niet – al kan Natas het op de werkvloer wel goed duidelijk maken als ze het ergens niet mee eens is. Meestal pas ik me dan aan. Dan doe ik alsof ik luister, maar stiekem gaat het het ene oor in en het andere weer uit.

In de media gaat het veel over complicaties en besmettingen. Ik was niet bang om besmet te worden, maar vroeg me wel af wat COVID-19 met de cliënten zou doen. De een had zuurstof, de ander moest revalideren. Sommige mensen kwamen, ondanks de apparatuur, gezellig samen in de huiskamer om spelletjes te spelen, anderen verlieten hun kamer nooit of hadden psychologische hulp nodig. Er waren mensen die vochten en het niet hebben gered, maar ook mensen die het eigenlijk al hadden opgegeven en toch beter werden. Dan ging er ineens een knop om, dachten ze: ik wil toch blijven leven. Er was een oudere man die steeds als hij Natasja zag, even door haar krulletjes wilde woelen. Daar moesten we samen om lachen. Natasja doet alles voor haar cliënten. Haar werk is alles voor haar en ze springt voor iedereen in de bres.

Soms kan ik jaloers zijn op de kennis die Natasja heeft. Ze weet zó ontzettend veel. Of ik nu een technisch probleem had of hulp nodig had met papierwerk; voor alles kan ik bij Natasja terecht. En als er iets aan de hand is, is het Natasja die met een oplossing komt. Meteen! Alsof ze ergens een deurtje openmaakt en precies de informatie ophaalt die nodig is. Natasja is iemand op wie je kunt rekenen. Ik ben blij dat ze er voor me was, toen alles anders was dan normaal. Dat is een heel fijn gevoel.’

Natasja Sanches

Woonzorgbegeleider 4 bij Domus, WelThuis

Dit hebben we tot nu toe geleerd

Natuurlijk hopen we dat we nooit meer terechtkomen in een situatie zoals de coronacrisis. Tegelijkertijd is het verstandig om – nu al – terug te kijken en de balans op te maken. Pandemie of geen pandemie; in de toekomst dreigt de zorgvraag het aanbod te overspoelen.

Annelies Contze, portfoliomanager bij Fundis, ging daarom samen met consultant Stef Smits van Morgens in gesprek met alle directeuren uit het Fundis-netwerk. Wat hebben we met elkaar beleefd en hoe pakten we dat aan? Wat heb je uit noodzaak anders moeten doen en welke verandering neem je mee naar morgen? Kortom: wat hebben we nodig om nu en in de toekomst goede zorg te blijven leveren? Dit zijn 6 lessen die we hebben geleerd.

Helder en beknopt

In het vlootmodel van Fundis bestuurt iedereen zijn eigen bedrijf. Soms lijkt het alsof het niet uitmaakt wat er binnen de andere bedrijven wordt afgesproken. Maar de bedrijven zijn met elkaar verbonden; ze vormen samen de Fundisvloot. Het is dus belangrijk om helder en beknopt naar en met elkaar te communiceren, binnen je eigen bedrijf en met elkaar. Zo wijzen, voor bepaalde thema’s, alle neuzen dezelfde kant op en varen we het snelste vooruit.

Met z'n allen

Problemen moeten we met z’n allen oplossen; ook met andere bedrijven en partners in de regio. Om te verbeteren, moet de zorg soms anders worden georganiseerd. Dat doen we samen met onze ketenpartners in de regio. Een goede relatie betekent een soepele samenwerking! Dat contact hoeft er dus niet pas in een crisissituaties te komen; laten we elkaar nu al opzoeken.

Afstand

Met technische hulpmiddelen (en de inzet van mantelzorgers!) kunnen we ook op afstand zorg blijven leveren als het ter plaatse niet mogelijk is. We hebben gezien dat nieuwe zorgtoepassingen in noodsituaties vrij snel kunnen worden ingezet (voorbeeld: de Smartglass) en die snelheid willen we vasthouden!

Digitaal werken

Ja, graag! Werken vanuit een andere plek dan kantoor brengt veel voordelen met zich mee. Waar het kan, houden we dit graag vol.

Flexibel zijn

Als de nood aan de man is, is het belangrijk dat het team en leidinggevenden flexibel zijn. Soms is het beter om van onze vaste werkwijze en -procedures af te wijken om snel beslissingen te kunnen nemen.

image

Helpende handen

Ook de helpende handen van mensen zonder achtergrond in de zorg kunnen een steentje bijdragen. Door onder meer een slimme organisatie, krachten van buitenaf en inzet van zzp’ers hopen we een gezonde werkdruk en werk-privébalans te kunnen waarborgen en nieuwe mensen aan ons te binden.