Toen de smartglass in 2019 werd geïntroduceerd op de zorg- en innovatiestraat van het Zorg voor Morgen Festival, voelde het als een stap in de toekomst. Meekijken op afstand, expertise direct beschikbaar, minder reistijd: de potentie was duidelijk. Binnen Fundis ontstond enthousiasme en de bril werd op verschillende plekken uitgeprobeerd. Een aantal jaar later is de praktijk weerbarstiger. De smartglass verdween niet, maar werd ook geen vast onderdeel van het dagelijks werk. Waar ligt dat aan? Het antwoord op die vraag is goud waard.

HET IDEE: EXPERTISE OP AFSTAND, ZORG DICHTBIJ

De belofte van de smartglass was helder en aantrekkelijk: een zorgprofessional draagt de bril, en een collega op afstand kijkt live mee. Wat de drager ziet, ziet de ander ook.

Dat opende nieuwe mogelijkheden:

  • Een arts die op afstand een wond beoordeelt
  • Een ergotherapeut die meekijkt tijdens een huisbezoek
  • Een specialist die snel kan adviseren zonder fysiek aanwezig te zijn

Dat idee kreeg extra urgentie tijdens de coronaperiode. ‘In die tijd hebben wij de brillen aangeschaft met het idee dat niet iedereen bínnen de gesloten afdeling hoefde te komen,’ vertelt Moniek Hermes, ergotherapeut en innovatie-ambassadeur bij Goudenhart.

Daarna verschoof de focus naar een bredere toepassing: slimmer werken over locaties heen. ‘We wilden reistijd besparen. Bijvoorbeeld: een verpleegkundige heeft een hulpvraag op locatie, en een arts kan op afstand meekijken en beoordelen of het nodig is om langs te komen.’ De toepassingen lagen voor de hand en sloten goed aan bij de ambitie om expertise efficiënter in te zetten.

DE PRAKTIJK: WAAROM HET NIET WERKTE ZOALS GEHOOPT

Hoewel de eerste reacties positief waren, bleek de stap van ‘veelbelovend’ naar ‘vanzelfsprekend gebruik’ te groot. Praktische en gedragsmatige factoren speelden een rol:

  • Eigenaarschap ‘Er was niet één persoon verantwoordelijk voor de bril,’ aldus Moniek. ‘Daardoor werd het gebruik al snel minder structureel.’
  • Gebruiksgemak ‘De technologie was best ingewikkeld. De bril werd niet altijd opgeladen, updates werden niet tijdig uitgevoerd, en daardoor werd de drempel om hem te gebruiken steeds hoger.’ Medewerkers grepen in de praktijk sneller naar WhatsApp-bellen. Dat was eenvoudiger, goedkoper en altijd binnen handbereik.
  • Werkproces De smartglass vroeg om nieuw gedrag en routine, maar die werd niet vanzelf ontwikkeld. Daarnaast had de bril geen vaste plek en raakte daardoor regelmatig ‘kwijt’ of werd niet teruggelegd.

Daardoor bleef het gebruik beperkt en vooral incidenteel. Hulpvragen kwamen te sporadisch om echt routine op te bouwen. Wat begint als een veelbelovende innovatie, verdwijnt dan langzaam naar de achtergrond.

En toch waren er momenten waarop de smartglass juist wél waarde liet zien. ‘Een wondzorgverpleegkundige moest langere tijd vanuit huis werken. Met een vaste buddy op locatie was de bril toen echt een mooi hulpmiddel,’ vertelt Moniek.

DE LES: INNOVATIE ZIT NIET IN DE TOOL, MAAR IN HET GEBRUIK

Terugkijkend op de smartglass, is het makkelijk om te zeggen dat het ‘niet gelukt’ is. Maar dat doet geen recht aan wat het heeft opgeleverd. De technologie werkte namelijk wél. Het idee klopte. Alleen bleek de praktijk weerbarstiger. Want innovatie zit zelden in de tool zelf, maar in hoe die landt in het dagelijks werk.

De smartglass maakte duidelijk dat innoveren pas lukt als het makkelijker, logischer en beter is dan wat er al bestaat. Medewerkers kiezen in de hectiek van de dag voor wat werkt, wat ze kennen en wat direct beschikbaar is. En als een oplossing extra handelingen vraagt, afhankelijk is van opladen of niet vanzelfsprekend past in het werkproces, dan verdwijnt die naar de achtergrond – hoe slim de technologie ook is.

Tegelijkertijd maakt de smartglass duidelijk dat innovatie begint bij de vraag achter de technologie. Niet: wat kan dit hulpmiddel? Maar: wanneer voegt het écht iets toe? ‘Ik zie de smartglass nog steeds als passend hulpmiddel, maar vooral in specifieke situaties,’ zegt Moniek. ‘Bijvoorbeeld als iemand beide handen nodig heeft en je echt live mee moet kijken.’

De belangrijkste les zit daarmee niet in de bril, maar in het grotere geheel. In de aansluiting op het werkproces, in eigenaarschap en in het kiezen van de juiste toepassing op het juiste moment. Innovatie is zelden een kwestie van technologie alleen. Het is een samenspel van mens, proces en middel.

En misschien is dat wel de echte opbrengst van deze ‘mislukking’. Niet dat iets niet werkte, maar dat het scherper maakt wat wél werkt — en waar technologie echt verschil kan maken.

‘If we knew what we are doing, we wouldn’t call it research’

Binnen Fundis wordt veel geëxperimenteerd. En dat betekent dat niet alles direct een succesverhaal is. De smartglass laat zien dat dat geen probleem is – maar juist onderdeel van vooruitgang. "Vooruitgang gaat meestal niet via een rechte lijn," zegt Het Instituut van Briljante Mislukkingen. "Daarom moeten we proberen, experimenteren en leren om de beste aanpak of de juiste route te vinden."

Want van de tien ideeën die je probeert, werken er misschien twee zoals je had gehoopt. "We beschikken ook niet altijd over alle informatie of de situatie is complex, waardoor niet alle relevante zaken en onderlinge verbanden bekend kunnen zijn en slechts door ‘trial & error’ gevonden kunnen worden." De andere acht? Die leveren inzichten op die minstens zo waardevol zijn. En dat maakt het, achteraf gezien, tóch een briljante mislukking.