Zelf beslissen

over zorg

Meer mens door persoonsgerichte zorg

Mevrouw Janssen is zeventig jaar en vergevorderd dement. Ze houdt van douchen, maar in de kleinschalige woning met zes andere bewoners kan dit niet altijd. De casemanager ontdekt dat een stoeltje in de douche werkt: mevrouw roept als ze klaar is. Intussen kan zij dichtbij verder met andere taken, zonder mevrouw Janssen tekort te doen. Persoonsgerichte zorg is goede zorg, maar wel voor iedereen net even anders.

Het zijn de kleine dingen in het leven die het ‘m doen. Je favoriete bloemen op tafel. Een fijn gesprek met je naasten. Een simpele, maar lekkere maaltijd. Of een wandeling met de hond. Hoe fijn is dat! Dit geldt voor iedereen, maar nog meer voor mensen die afhankelijk zijn van zorg. Die niét meer alleen naar buiten kunnen of hun eigen bloemen kunnen kopen. En die meer uren alleen doorbrengen dan ze lief is. Je mens voelen, dat is waar persoonsgerichte zorg om draait. Mevrouw Janssen is een voorbeeld uit de praktijk van Annemarie van der Mark, casemanager dementie bij Vierstroom. Zij keek mee in verzorgingstehuizen om persoonsgerichte zorg te kunnen verbeteren. Dat is zorg die recht doet aan de cliënt als uniek persoon, in een eigen ritme en tempo, afgestemd op persoonlijke interesses, behoeften en voorkeuren. Zelfs als iemand de hele dag wil meezingen met Herman van Veen en aardappels met extra veel boter wil. Want bij persoonsgerichte zorg staat niet de ziekte of diagnose centraal, maar de mens en zijn kwaliteit van leven.

‘Niet de ziekte staat centraal, maar de mens’

Waarom persoonsgerichte zorg?

Persoonsgerichte zorg is niks nieuws, en ergens ook gewoon heel logisch: natúúrlijk wil je elk mens een zo mooi en waardevol leven geven. Juíst wanneer jij als zorgverlener het verschil kan maken. En mooie toekomstbeelden schetsen over hoe dit nog beter kan, daar is van Gogh niks bij.

Maar hoe kan je kwaliteit blijven garanderen met een fors toenemend aantal chronisch zieken, de dubbele vergrijzing, en de daarmee stijgende zorgkosten en toenemende werkdruk? Wanneer er vroeger iemand van de trap viel dan kwam je om de vier of zes weken even langs. Dat verschuift nu naar 8 weken, want er zijn steeds meer chronisch zieken. Van der Mark ziet het ook op de werkvloer: ‘Ik zie de meiden rennen van het een naar het ander. En er komt een groeiende groep met dementieklachten aan, hoe gaan we dat doen? Technologie voelt minder persoonsgericht, maar we moeten toch wat. Het liefst ga ik iedere keer zelf naar mensen toe, maar dat is een utopie. Bovendien brengt technologie ook veel. Zo kan een cliënt met dementie toch zijn rondjes fietsen dankzij zijn GPS-tracker, waardoor zijn echtgenote en dochter minder bezorgd zijn.’ Want ook dát is persoonsgerichte zorg: meneer kan langer thuis blijven wonen en in zijn eigen gezin functioneren, juíst door de technologie.

Persoonsgerichte zorg heeft voordelen voor zowel de zorgverleners als cliënten. Voor de zorgverleners zijn er positieve effecten op de werktevredenheid en persoonlijke voldoening. Zij hebben beter inzicht in wat werkt voor iemand en zijn soms blij verrast door wat de nieuwe manier van denken en doen oplevert. Cliënten zijn beter geïnformeerd, hebben meer controle over hun situatie en dagbesteding en voelen zich betrokken bij keuzes die gemaakt moeten worden. Samen besluiten over zorg en behandeling is wat de meeste cliënten willen. Volgens cijfers van de Patiëntenfederatie Nederland (2017) wil 67% van de cliënten altijd meebeslissen en 27% wil dat soms.

Actieve

patiënten

Het is even schakelen: de cliënt is de spin in het web, niet de zorgverlener. Vanuit daar komt de stuwkracht om slimme en stevige lijntjes te bouwen die het verschil gaan maken voor de zorg voor morgen. Kennisorganisatie Vilans springt actief in op deze beweging. Zo ontwikkelden ze het Huis van persoonsgerichte zorg voor zorgverleners in de eerste lijn. Dit is een leidraad en gespreksmodel; te gebruiken bij het ontwikkelen van een systematische aanpak voor persoonsgerichte zorg in jouw zorggroep of zorgorganisatie. Ook biedt het handige aanknopingspunten om persoonsgerichte zorg in alle onderdelen van de organisatie door te voeren.

De methode is gebaseerd op het House of Care model en deCo-creating Health aanpak, twee succesvolle voorbeelden uit Engeland. House of Care is ontworpen voor mensen met chronische aandoeningen, waarbij de actieve betrokkenheid van patiënten het uitgangspunt is. Co-creating Health is een implementatieprogramma voor zelfmanagementondersteuning. Uitgangspunt van het programma is dat zelfmanagement alleen van de grond komt als je patiënten en zorgverleners vanaf het begin betrekt en laat samenwerken: co-creatie dus.

Mooie ideeën op papier, maar is deze aanpak praktisch uitvoerbaar? Michiel Tebbes, arts en medisch futuroloog: ‘We zitten op het kantelpunt dat steeds meer mensen zelf gaan beslissen over de zorg. De patiënt is op weg naar volwassenheid en de manier waarop zij meebewegen met de nieuwe ontwikkelingen is essentieel. Bij de oorlogsgeneratie merk je dat de dokter heilig is en dus altijd leidend, terwijl de jongere generaties de zorg steeds meer zien als onderdeel van hun netwerk. Er wordt samen beslist. Je kan het zien als een opgroeiend kind. De zorg is een log systeem waarin veranderingen langzaam op gang komen, maar druk vanuit de patiënt helpt. Wij zorgverleners kunnen het niet alleen doen. En als we achterblijven, kan de patiënt ons helpen. We doen het met elkaar.’

‘Artsen en verpleegkundigen zijn gewend om de leiding te hebben’

De arts en de buurvrouw

Maar hoe vertaal je dat naar de dagelijkse praktijk? Moet je als zorgverlener heel anders gaan werken? ‘De verzorging moet vaak in de waan van de dag en best snel, waardoor sommige behoeften van cliënten over het hoofd kunnen worden gezien’, zegt Van der Mark. ‘Het helpt om met elkaar te praten over concrete casussen, om scherp te blijven en te leren.’

Bij persoonsgerichte zorg is de zorgverlener alleen nog faciliterend, en dat is even schakelen voor artsen en verpleegkundigen. Zij zijn gewend om de leiding te hebben. Nu draait het om de dialoog en samenwerking tussen mensen, hun netwerk en (zorg)professionals. ‘Niet óm de patiënt, maar náást de patiënt’, benadrukt Tebbes. ‘Als arts stonden we lange tijd op een voetstuk, maar we vallen daar nu keihard vanaf. Mijn plek in het netwerk is gelijk aan die van de buurvrouw, alleen heb ik meer medische kennis. Maar de buurvrouw kent de cliënt beter en ziet of die elke dag de gordijnen opendoet. Als zorgverleners worden wij meer een onderdeeltje van iemands leven en hun netwerk, niet de drager. Dit is overigens geen nieuw model, we gaan eigenlijk terug naar het verleden. Terug naar de kleine gemeenschappen in de zorg. In Amerika zie je tegenwoordig hele woonwijken waar ze op deze manier zorg leveren aan elkaar.’

image
Positieve gezondheid: verder kijken dan ziekte

Ook positieve gezondheid is een term die we vaker horen in de zorgarena. Het accent ligt niet langer op ziekte, maar op veerkracht. En op wat het leven betekenisvol maakt voor iemand. Dat is minstens zo belangrijk én levert een andere werkbenadering op. Het concept komt van voormalig huisarts en filosoof Machteld Huber en werd in 2012 gelanceerd om een bredere kijk op gezondheid te bevorderen.