Over de digitalisering van gegevens en big data

Data-analyse klinkt als iets wat vooral gebruikt wordt door grote techbedrijven, bij social media en overheden. Maar ook bij Fundis kun je ervan profiteren! Hoe precies? Drie collega’s leggen het uit.

‘Ik denk dat je straks niet meer zonder kan’

3 vragen over data

1. Wat doet Fundis met data en waarom?

We verzamelen, delen en combineren data, ofwel gegevens. Als je grote hoeveelheden data naast elkaar legt, wordt het interessant! Dan kun je gaan analyseren, trends ontdekken en voorspellingen maken. Op basis van behoefte en vraagstukken uit de praktijk kunnen we met die data voorspellingen maken en patronen en trends ontdekken. Dat doen we met algoritmes; complexe wiskundige formules die door snelle computers snelle berekeningen kunnen maken. Zo kunnen we onze zorgkwaliteit blijven verbeteren en sneller inzicht krijgen in ziektebeelden. Ook willen we de bedrijfsvoering optimaliseren, want met handige tools en slimme apparatuur kan ons werk makkelijker en efficiënter worden.

2. Over welke data hebben we het precies?

Binnen de gezondheidszorg hebben we het over gegevens die belangrijk zijn voor de gezondheid, zoals onderzoeksresultaten, laboratoriumuitslagen, ziektekenmerken, maar ook bloeddrukwaarden en gewichtsinformatie. Dat combineren we met persoonlijke gegevens zoals leeftijd, woonomgeving of opleidingsniveau.

3. Hoe zit het met privacy?

Rondom het gebruik van data in de gezondheidszorg is veel discussie. We moeten de privacy van mensen waarborgen en ook in de gaten houden dat mensen zonder computer of smartphone niet benadeeld worden. Gelukkig word je als persoon beschermd door een strenge Nederlandse privacywet: de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ook is het een oplossing om gegevens te anonimiseren, zodat je ze wel kunt gebruiken, maar niemands privacy in het geding komt.

Voorbeeld 1: Rutger over PGO

De gegevens van een cliënt zitten niet meer een mapje. In het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) houden we als zorgprofessionals alles keurig bij en via het cliëntenportaal kunnen cliënten dat dossier zelf bekijken. Nu maakt de persoonlijke gezondheidsomgeving het nóg makkelijker: met een PGO kun je niet alleen je gegevens inzien, maar ook ophalen en zelf delen.

Proef: een PGO Heel handig dus, zo’n PGO. Maar het systeem is er niet ineens. Daar is onderzoek voor nodig. En testen, zodat je systeem goed op je doelgroep aansluit. Rutger Leer kan daarover meepraten. Hij deed als (externe) projectleider mee met een proeftuin voor de overheid bij Vierstroom Zorg Thuis en In Beweging, om voor onze cliënten een PGO in te zetten. Voor cliënten met diabetes en COPD in de regio Zoetermeer, om precies te zijn. Maar wacht, even terug. Wat is dat PGO nou precies? Rutger legt het uit. ‘Een virtuele omgeving waarin cliënten hun medische gegevens kunnen bijhouden. Alle informatie van verschillende zorgaanbieders komt erin samen, zodat je niet steeds in verschillende systemen hoeft te kijken.’

Meer zelfzorg Dat is dan ook het oorspronkelijke doel: de informatie-uitwisseling tussen patiënten en professionals. Al houdt het daar niet mee op; je zou vanuit een PGO bijvoorbeeld ook met zorgprofessionals kunnen communiceren over je dossier. Medische gegevens die je zelf meet, zoals je hartslag of gewicht, kun je erin bijhouden en zorgaanbieders zouden behandelprogramma’s als fysieke bewegingsdoelen kunnen toevoegen. Rutger: ‘De gedachte achter het systeem is: als je de cliënt meer informatie geeft over de eigen gezondheid, krijgt hij of zij meer regie over de eigen gezondheid en zal hij of zij beter voor zichzelf kunnen zorgen. Met uiteindelijk meer zelfstandigheid en langer thuis wonen als resultaat.’ Bovendien is het prettig voor de mantelzorger, die kan meelezen en inspelen op wat nodig is.

Op naar de volgende stap ‘Nu zitten we nog in de ontdekfase om te kijken of dit allemaal werkt’, gaat Rutger verder. ‘Elk PGO is anders en voor ons is het belangrijk om informatie op een veilige manier over te dragen. Je wilt immers niet dat je gegevens op straat belanden. Onze proeftuin was daarom vooral een technisch project. Cliënten hebben het nog niet kunnen uitproberen.’ Achter de schermen is er dus een belangrijke, technische stap gezet. Ook de samenwerking met verschillende zorgpartijen in de regio Zoetermeer is een mooi resultaat. En nu? ‘We onderzoeken we de volgende stap: dat de cliënt het kan gebruiken.’ Hebben we over vijf jaar allemaal een PGO? Dat weet Rutger niet. ‘Ik hoop het wel. In ieder geval zal iedereen in de zorg dan weten wat een PGO is.’ Het echte succes komt volgens Rutger als cliënten en professionals er het nut van inzien en het willen gebruiken. ‘Wees dus nieuwsgierig en onderzoek hoe het je kan helpen,’ concludeert hij. ‘Dan zorgen we er samen voor dat het er komt.’

Zorgverleners over PGO’s

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies