waar worden we oud?

Een nieuwe samenleving voor een vergrijzende toekomst

Hoe zie jij de toekomst? Laat van je horen: doe mee met onze poll!

‘Samenwerking is cruciaal voor het belang van ouderen’

Het roer moet om. De vergrijzing neemt toe, personeelstekorten stijgen en de zorgkosten groeien. Het zorgaanbod vanuit overheidsregulering lijkt niet meer te voldoen op de lange termijn. Maar wat dan wel? Hoe creëren we een samenleving waarin we met een gerust hart ouder kunnen worden?

De eerste mens die onsterfelijk is, loopt nu al rond op de wereld. Als we de toekomstvoorspellingen moeten geloven, tenminste. Binnen tientallen jaren zouden we geneesmiddelen hebben die nu nog tot de verbeelding spreken, technologieën waarmee we ons lichaam steeds kunnen vernieuwen en machines die onze geest kunnen uploaden ‘in de cloud’. Tsja. Of dat werkelijkheid wordt – en of we dat überhaupt wel willen - valt nog te bezien, maar dat mensen steeds ouder worden is een feit. In Nederland slaat de vergrijzing toe: het aantal 70-plussers stijgt de komende tien jaar met zestig procent. En hoewel er prachtige verhalen in de media rondgaan van negentigjarigen die nog wekelijks in de sportschool staan (of zelfs een marathon lopen), is een groot deel van deze ouderen hulpbehoevend. De komende jaren blijven de zorgkosten stijgen en hebben we steeds meer mensen nodig om zorg aan de grotere groep ouderen te leveren – maar de groep jongeren wordt relatief juist steeds kleiner. Waar halen we onze werknemers, mantelzorgers en vrijwilligers straks vandaan?

Een traplift voor de toekomst Al tientallen jaren breken beleidsmakers hun hoofd over deze grijze toekomst. Sinds 2013 is het overheidsbeleid om ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, conform de wens van de meeste mensen om zelfstandig te blijven wonen tot het niet meer kan. En ja, dat is mogelijk. Maar dan moeten ouderen wel gezond leven, hulp in de buurt hebben en op tijd in een huis gaan wonen waarin ze verantwoord oud kunnen worden. Geen trap, maar een gelijkvloerse woning. Geen gladde badkamertegels, maar stroeve vloeren. Als het echt niet meer kan – doordat de gezondheid verslechtert of een partner of mantelzorger wegvalt - is er een plek nodig in het verpleeghuis, maar ook daar zijn er tekorten. De wachtlijsten worden langer en ouderen komen in het ziekenhuis terecht omdat ze geen andere hulp kunnen vinden. Conclusie? Het moet anders. Privacy, maar toch samen Anne-Claire Joon, beleidssecretaris bij Fundis Holding, heeft vertrouwen in het toekomstplan van Fundis. ‘We hebben een programma in elkaar gezet en werken keihard om dat uit te voeren. Wonen is een van onze thema’s. Er zullen meer woonzorgconcepten moeten komen tussen thuis en het verpleeghuis in.’ Denk aan woonhofjes, waarin mensen zelfstandig wonen met professionele zorg binnen handbereik, of panden met een eigen appartement en gezamenlijke ruimtes voor activiteiten. Voorbeelden zijn de Martha Flora-huizen voor mensen met dementie en de Amadeus- en Amarehuizen, die op de planning staan. Naast een eigen woonruimte is er zorg beschikbaar, een geruststellend idee. Bovendien is de combinatie van privacy en sociaal contact ideaal. Naar behoefte samen koken of een kopje koffie drinken. Tussenvormen en zorgverbeteringen komen in soorten en maten. Bijvoorbeeld Vierstroom Verpleeg Thuis, dat intensieve zorg biedt aan mensen met een verpleeghuisindicatie die zo lang mogelijk thuis willen wonen. In 2018 won het initiatief de gouden Zinnige Zorg Award voor de beste zorgvernieuwing om de zorg vooruit te helpen én betaalbaar te houden.

Zorgen voor de buurman Een ander belangrijk thema voor Fundis is het sociale contract tussen burger en verzorgingsstaat. ‘We moeten de druk weghalen bij het verzorgende personeel’, legt Joon uit, ‘en daarbij wordt de caring community steeds belangrijker. Niet alleen de directe familie, maar ook de buurman. We moeten op elkaar letten en elkaar betrekken, zodat we de verantwoordelijkheid voor elkaar delen.’ Tijdens de reis naar Japan (zie het verslag in de eerste editie van dit magazine) zag de delegatie van Fundis een prachtig voorbeeld: een woning voor mensen met dementie waar kinderen uit de buurt snoep konden kopen. De bewoner die de leiding over het winkeltje had, was voorheen vrij agressief door een vorm van dementie, maar het project deed wonderen voor zijn gedrag. Joon: ‘Hij was weer nuttig en had contact met anderen. De buitenwereld kwam naar binnen en daar fleuren bewoners van op.’ Lenny Althof, directeur van Palet Welzijn, voegt toe dat de gemeenschap in Japan een veel grotere rol speelt dan in Nederland. ‘Mensen kijken meer naar elkaar om, denken samen na hoe ze elkaar kunnen helpen. Dat zouden wij ook meer moeten doen. Door de omstandigheden met het coronavirus zien we nu een gemeenschapsgevoel ontstaan. We hebben het dus in ons! Maar hoe houden we dat vast?’ De buurtapps zijn er al, nu moeten we die nog combineren met voorzieningen. En solidair zijn om elkaar verder te helpen. ‘Daarnaast is het van belang om mantelzorgers zo goed mogelijk te ondersteunen’, vertelt Joon, ‘door voorlichtingen te geven en hun werkdruk te verminderen. Het zijn vraagstukken waarmee we binnen Fundis al een tijdje bezig zijn.’ Blijven praten met elkaar Niet alleen Fundis buigt zich over de kwestie. De commissie ‘Toekomst zorg thuiswonende ouderen’ gaf in februari een concept advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - binnenkort volgt een tweede, aangescherpt advies. Mirella Minkman, bestuurder van kennisorganisatie Vilans, maakt deel uit van die commissie. Ook zij gelooft dat we met vernieuwende woonconcepten en een sterke sociale kring een eind kunnen komen. Daarnaast moeten we nadenken over digitale oplossingen. Minkman: ‘De coronacrisis heeft een flinke boost gegeven aan het gebruik van digitale communicatie. Steeds meer mensen hebben online contact met vrienden of familie. Ons startpunt zou digitaal moeten zijn, de rest vullen we aan. Het zou bijvoorbeeld heel praktisch zijn een signaal te krijgen als een cliënt met dementie al een tijd niet in de keuken is geweest.’ De commissie stelt ook voor dat partijen in een regio beter samenwerken, al is dat volgens Minkman niet vanzelfsprekend of gemakkelijk. Toch is een samenwerking van zorgpartijen alleen niet genoeg: het is een maatschappelijk vraagstuk. ‘Iedereen kan een bijdrage leveren aan de zorg voor ouderen in de samenleving’, zegt Minkman. ‘Samenwerking is cruciaal voor het belang van ouderen.’ Ook Fundis wil blijven praten. Met ziekenhuizen, de gemeente, huisartsen, zorgverzekeraars en andere zorginstellingen. WelThuis werkt nu al samen met internationale investeerder Cofinimmo aan nieuwe woonzorgprojecten in Rotterdam en Zoetermeer, want locaties voor zorggebouwen worden steeds duurder. En om lang thuis te wonen, is de omgeving heel belangrijk: de supermarkt, huisarts, apotheek en haltes voor het openbaar vervoer op loopafstand. Plannen voor je oude dag Dus… we zijn klaar voor de toekomst? Conny Helder, bestuurslid van branchevereniging ActiZ en zorgorganisatie tanteLouise, denkt dat er eerst meer bewustzijn nodig is. ‘Het vraagstuk over de toekomst van ouder worden lijkt op het klimaatprobleem: eerst sprak een klein groepje erover, nu de hele wereld. Die brede discussie moeten we over dit onderwerp nog gaan voeren.’ De politiek moet erover nadenken, maar wijzelf ook. Toch spreekt de helft van de Nederlanders niet met anderen over hun zorgplannen voor de oude dag, blijkt uit publieksonderzoek van ActiZ. Mensen vertrouwen op zorgorganisaties, de overheid en verzekeraars. Dat moet anders, vindt Helder: ‘Als we denken dat onze ouderenzorg hetzelfde kan blijven als nu of zelfs beter kan, zullen we elkaar gigantisch teleurstellen.’ Verder liet het publieksonderzoek van ActiZ zien dat de meeste mensen zelfregie willen houden bij het levenseinde (81%) en de kwaliteit van leven belangrijker vinden dan zo lang mogelijk leven (83%). Ook blijkt dat mensen bereid zijn om zelf meer te doen voor de zorg voor ouderen. ‘Met die bereidheid moeten we aan de slag’, besluit Helder. ‘De zorg voor ouderen die Nederland nu heeft, is onhoudbaar. Dat is geen leuke boodschap, maar wel een realistische.’ Een nieuwe wereld Er is dus werk aan de winkel. Nieuwe woonconcepten, het sociaal contract, een betere samenwerking en debat. Intussen zetten we in op technologische innovaties als zorgrobots, data om ziekenhuisopnames te voorkomen en werving en behoud van personeel. Zo richten we ons stapje voor stapje op de nieuwe wereld. Een wereld waarin de zorgen over de toekomst steeds kleiner worden.

‘Iedereen kan een bijdrage leveren aan de zorg voor ouderen in de samenleving’