Niemand had kunnen voorspellen dat de afgelopen maanden zoveel kracht en doorzettingsvermogen zouden vragen. Onder de noemer #hartnodig kwam er een steuntje in de rug. Maar hoe beleven jullie deze periode? We blikken terug en kijken vooruit, met vijf Fundis collega’s.

‘Beeldbellen is echt een uitkomst, aan een gezicht zie je beter hoe het met iemand gaat’

‘Mooi om te zien hoe alles doorgaat’

Saskia Otten, directeur van PlusZorg, moest haar kantoor naar huis verplaatsen.

‘We beginnen de dag met een gezamenlijk videogesprek. Laatst hebben we gezongen voor een jarige collega en dronken we op afstand een kopje koffie. Ik ben heel trots hoe snel mijn collega’s de situatie hebben opgepakt, de digitale omschakeling was snel gemaakt.

In de eerste weken waren we druk met alle extra zorgvragen die binnenkwamen en noodscenario’s voor het geval er veel zieke cliënten en medewerkers zouden komen. Daarna is er langzamerhand meer rust gekomen, al heeft een ziektegeval toch veel impact. Onze medewerkers staan voor hete vuren op dit moment. We hebben meteen geregeld dat ze ons ook in de avond kunnen bellen, want als leidinggevende moet je juist nu bereikbaar zijn.

Beeldbellen is echt een uitkomst, aan een gezicht zie je beter hoe het met iemand gaat. Toch missen we elkaar. We zijn een hecht team, we eten graag samen. Voorlopig zullen we niet compleet zijn op kantoor, daar hebben we geen ruimte voor. Daarom denken we alvast vooruit, organiseren we digitale spreekuren en denken na over online trainingen.

Ik hoop dat we de ervaringen van nu in de toekomst vasthouden en er meer contact komt met medewerkers die verder weg wonen. Het is zo mooi om te zien hoe alles gewoon doorgaat, dat doen we toch maar mooi samen. Iedereen doet mee, iedereen staat voor elkaar paraat. Het is een vreemde tijd, maar ook een heel bijzondere.’

‘De veerkracht van onze leden is inspirerend’

Katja Westgeest, directeur Vierstroom Ledenservice, probeert nauw contact te houden met de leden.

‘We hebben honderden telefoontjes van onze leden gehad, toen we een kaart verstuurden als uitnodiging om ons te bellen voor een praatje. We willen onze leden zo goed mogelijk te woord staan zonder daarbij risico’s te lopen, dus informatiebijeenkomsten en uitjes zijn geen optie meer. Daarnaast zijn we zelf ouderen gaan bellen van wie het vermoeden hebben dat ze eenzaam zijn, bijvoorbeeld omdat ze volgens onze informatie alleenstaand zijn en geen emailadres hebben.

Veel mensen waren positief: ‘Fijn dat je even belt, maar met mij gaat het goed.’ Familie komt zwaaien voor het raam, kinderen regelen de boodschappen. Anderen zijn ongeduldig omdat ze behoefte hebben aan een kapper en een pedicure, al wordt er zelden geklaagd. Leden willen weten of hun zorg doorgaat of bellen die juist af uit angst voor besmetting. Veel mensen vergelijken de coronaperiode met oorlogstijden. Dat hebben ze overwonnen, dus gaat dit ook lukken. Die veerkracht is inspirerend.

Mijn team is flexibel en zelfredzaam. Ze bieden een luisterend oor en het lukt hen de emoties die de gesprekken oproepen te verwerken. We krijgen veel energie van de dankwoorden die we ontvangen. Zelf ben ik laatst in de auto gestapt met een kofferbak vol boeketten: leden mochten iemand nomineren die veel voor hen betekent om een bos bloemen te ontvangen. We gingen langs bij familieleden, maar ook bij zorgverleners. Daar word ik blij van. We nemen graag de onrust weg bij onze leden, dus ik hoop dat veel mensen ons ook in de toekomst weten te vinden.’

‘Misschien komt de klap later’

Shanti Baktawar-Jethoe, verpleegkundig coach bij De Boomgaerd van WelThuis, werkt tijdens de coronacrisis in het covidcentrum in Zoetermeer.

‘Het coronavirus is een rotziekte. Soms gaat het heel snel, zoals bij de meneer die aanvankelijk in orde leek, maar twintig minuten later ineens was overleden. De toekomst is onzeker, want voorlopig blijft het virus onder ons. Komt er een tweede golf? Hoe ernstig zal die zijn? Het is moeilijk om te huilen achter mijn bril en masker, maar tot nu toe kan ik alle emoties een plekje geven. Misschien dat de klap later komt.

Mijn familie stond meteen achter me, toen ik vertelde in het covidcentrum te willen werken. Natuurlijk waren er zorgen, maar ze begrijpen waarom ik dit wil doen. Dat ik iets wil betekenen, dat ik er voor de cliënten wil zijn: juist dat geeft me de moed om verder te gaan. Thuis zet ik mijn verstand op nul in de moestuin, op het werk geven collega’s energie. We praten over de nare momenten en lachen over leuke dingen. Want al is deze periode emotioneel pittig; er is ook een leuke kant. Toen we een cliënt laatst vertelden dat hij naar huis mocht, keek hij me verbaasd aan. ‘Dat wil ik nog niet’, zei hij. ‘Ik heb het hier zo fijn!’ We hebben er samen om gelachen. Ondanks de beschermende kleding en het beperkte contact, merk je dat cliënten blij zijn met de zorg en warmte. Dat is heel bijzonder.

Soms zit er schoonheid in verdrietige momenten. ‘Ik zie het niet meer zitten’, zei een mevrouw met zware onderliggende klachten én covid-19 laatst tegen me. ‘Help me om hier een einde aan te maken.’ Ik heb haar hand vastgepakt en na overleg met een arts gevraagd of ze met haar sondevoeding wilde stoppen, dan zou het binnen twee dagen afgelopen kunnen zijn. Op het moment dat ze mij vroeg wat ze moest doen, brak mijn hart. Ik wilde haar zo graag helpen… De woorden van haar zoon in hun laatste videogesprek vergeet ik nooit meer: ‘Het is goed zo, mam. Je hebt goed voor ons gezorgd. Ga maar.’ Momenten als deze blijven voor altijd bij me.’

Hartverwarmend

In de Zorg voor Morgen-facebookgroep vind je een overzicht van de mooie initiatieven die ontstaan tijdens deze crisis. Spandoeken van het thuisfront, liedjes voor verpleeghuizen, restaurants die gratis maaltijden aanbieden voor zorgpersoneel en creatieve kaartjes voor bewoners. De mooiste, leukste en liefste posts komen voorbij in deze compilatie.